Het kabinet zet een opvallende stap richting de vleessector: het inzetten van uitzendkrachten in vleesverwerkende bedrijven wordt verboden. De beslissing valt naar verwachting binnenkort, met ingang halverwege 2028. Doel van de maatregel: structurele misstanden en uitbuiting echt doorbreken.
Wat er verandert
Concreet houdt het verbod in dat vleesverwerkende bedrijven geen personeel meer via uitzendbureaus mogen laten werken. De sector zal dus afscheid moeten nemen van een veelgebruikte flexschil, en overstappen op directe contracten of andere, duurzamere vormen van inzet.
De maatregel gaat, na de noodzakelijke wetgeving en uitwerking, medio 2028 in. Er komt tijd voor voorbereiding en overgang, maar het einddoel staat vast: geen tussenpersonen meer op de werkvloer waar het snijden, verpakken en verplaatsen plaatsvindt.
Waarom dit verbod
Al jaren ligt de vleessector onder vuur vanwege slechte arbeidsomstandigheden, vooral voor arbeidsmigranten. Lage lonen, lange dagen, krappe huisvesting en gebrek aan veiligheid vormen een terugkerend patroon. Veel misstanden hangen samen met afhankelijkheid van schimmige bemiddelaars en versnipperde verantwoordelijkheid.
Door uitzendconstructies te verbieden wil het kabinet de prikkel wegnemen om te schuiven met contracten, uren en aansprakelijkheid. Het idee: wie zelf werkgever is, kan niet langer wegkijken en moet structureel investeren in fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en veilige processen.

Hoe het zover kwam
Eerder kreeg de sector een jaar om aantoonbaar te verbeteren, een ultimatum van de voorganger van minister Hans Vijlbrief. Volgens Vijlbrief bleven resultaten achter. Inspectierapporten en signalen uit de praktijk gaven onvoldoende vertrouwen dat het de goede kant op ging.